DE VADER MET DE PENTIUM

‘Ben je weer een opstel aan het schrijven?’ Laura smeet haar schooltas in de hoek van de kamer en liep door naar de keuken om een glas melk in te schenken.
‘Een kort verhaal, meisje,’ mompelde de vader zonder zijn dochter aan te kijken. Laura zette haar glas op de eettafel en ging tegenover de vader zitten. ‘Dag dochter,’ zei ze. ‘Wat fijn dat je thuis bent. Hoe was het op school?’
Nu had ze wel zijn aandacht. De vader keek haar in ieder geval recht aan. Tussen zijn wenkbrauwen zag ze de diepe denkrimpels die er altijd verschenen als hij geconcentreerd bezig was met iets. Soms was hij zó chagrijnig.
‘Nou, hoe was het op school?’ vroeg de vader.
‘Saai.’ Het was haar standaard antwoord. De vader antwoordde dan standaard dat dat mooi was, want school hoort saai te zijn. Deze keer zei hij dat niet. Zijn blik verdween alweer richting het beeldscherm van zijn laptop.
‘We moeten een opstel schrijven voor Nederlands. Mag ik dat van jou lezen? Misschien krijg ik dan eindelijk wat inspiratie.’ De vader keek haar met grote ogen aan en klapte zijn laptop dicht.
‘Ik denk dat je hier nog te jong voor bent. Later misschien.’ De vader wreef door zijn warrige haren en wendde zijn blik van Laura af.
‘Het gaat zeker over seks. Dat kan ik wel aan, hoor. Ik ben bijna 17!’
‘Juist niet. Deze keer niet. Het heeft niks met seks te maken. Juist niet.’ De vader keek haar nu weer aan. Laura zocht naar de twinkeling in zijn ogen die er normaal was als ze over zijn werk – en vooral over volwassen onderwerpen – spraken. Ze zag hem niet.
‘Wordt het een verhaal voor je bundel? Toe, laat het me lezen.’
‘Dit kan niet in mijn bundel. Het is niet goed. Mensen zullen het niks vinden.’
‘Zal ik dat eens beoordelen? Je hebt niks te verliezen. En je moet niet zo onzeker zijn. Je vorige bundel verkoopt hartstikke goed.’
De handen van de vader bewogen naar de laptop, daarna weer terug naar zijn haardos. ‘Ik heb meer te verliezen dan jij denkt,’ fluisterde hij. Hij klapte de laptop alsnog open en draaide hem om, zodat zijn dochter het scherm kon zien. De vader werkte al jaren met een oude Pentium. Laura grinnikte bij de gedachte aan het grapje dat haar moeder daar altijd over maakte. Vraagt een Brabantse man aan een collega op kantoor: ‘Hedde gij ôk een Pentium?’ Antwoordt de vrouw: ‘Nee, veuls te koud. Ik heb een maillot um.’

Maria had een zware dag achter de rug. Het was natuurlijk op zichzelf al zwaar dat ze zo plotseling afscheid had moeten nemen van haar man, het regelen van dat afscheid vond ze op dit moment nóg zwaarder. Haar dochter Isa leek het allemaal goed aan te kunnen en steunde haar waar ze kon. Toch waren er beslissingen die ze zonder Isa moest nemen. Met haar hoofd in haar handen vroeg ze zich af of ze het juiste had gedaan.
‘Mam, waarom vroeg jij net aan die begrafenisondernemer of hij papa pantykousen en jarretels aan kon geven onder zijn pantalon?’

Grappig, dacht Laura, ik dacht net nog aan panty’s en nu zitten ze in het verhaal. Met jarretels nog wel! En ik moet geloven dat het niet over seks gaat.
‘En, wat vind je?’ vroeg de vader.
‘Ik ben pas net begonnen, pap. Laat me eerst even rustig lezen.’
 
Maria schrok. Ze had haar dochter de kamer niet in horen komen. Dat ze kennelijk iets had opgevangen van haar gesprek met de begrafenisondernemer, was nog schokkender.
‘Ga zitten, meisje,’ zei ze. ‘Ik geloof dat ik je iets moet vertellen. Je vader had dat graag zelf willen doen, maar hij durfde het nog niet. Nu is het te laat, maar ik vind dat je er recht op hebt om het te weten.’
Isa nam plaats op de bank naast haar moeder en keek haar onzeker aan. ‘Wat is er dan?’ vroeg ze?
‘Je vader was eigenlijk pas echt zichzelf als hij eruit zag als een vrouw. Hij voelde zich vrouw en was doodongelukkig met zijn lijf.’

Vanuit haar ooghoek zag Laura dat de vader haar aan zat te staren. Zijn ellebogen had hij op de tafel geplant, zijn kin rustte op zijn handen, die hij tot vuisten gebald had. Zelfs de spieren in zijn bovenarmen bolden op.
‘Wat vind je tot nu toe,’ vroeg hij weer.
‘Je maakt dezelfde fouten als die je mij altijd verwijt,’ begon Laura. ‘Show, don’t tell, weet je wel. Je zegt dat het een zware dag was, je kunt ook schrijven over de dingen die zwaar zijn. En die moeder schrikt. Als ze iets uit haar handen laat vallen, is dat ook meteen duidelijk. Veel beeldender. Vreemd eigenlijk, dat je dat zelf nog niet had gezien.’
‘Ik zei toch dat het slecht is? Je geeft trouwens alleen maar technische feedback, ik wil weten wat je van de inhoud vindt. Aanpassen kan altijd nog. Lees nou maar verder.’ De vader trommelde met zijn vingertoppen op het tafelblad.

Uit de blik van haar dochter kon Maria niet afleiden hoe het nieuws bij haar binnen kwam. Het arme kind had de afgelopen dagen al zo veel te verduren gekregen. Maria had liever gewacht tot het verdriet over haar vader wat gesleten was. Op dit moment kon ze echter niet anders. Hoe moest ze anders haar wens om Pieter met pantykousen op te baren uitleggen.

Vanaf hier werd het verhaal beter, vond Laura. De vader had vast haar moeder in gedachten gehad toen hij Maria beschreef. Laura herkende haar onzekerheid, de liefde voor haar man en ook voor haar dochter. Ze las hoe Maria jaren geleden de verpakking van een lingeriesetje in de kast had gevonden. Lingerie die Maria nooit had gezien, en haar verjaardag en Moederdag waren toch alweer even geleden. Ze had hem ermee geconfronteerd, was bang dat hij er een minnares op na hield. Het was de eerste keer dat Pieter haar in vertrouwen en redelijk beschroomd vertelde dat hij zich af en toe als vrouw verkleedde. Hij had haar uitgelegd dat het voor hem vooral een vorm van ontspanning was. Het had niks met seks te maken, hij voelde zich pas echt zichzelf met het uiterlijk van een vrouw. Nu begreep Laura de opmerking van haar vader van zojuist. Ze werd toch wel benieuwd naar de rest van het verhaal. Vooral naar hoe Isa zou reageren.

Sinds Maria op de hoogte was, sprak ze veel met haar man over zijn gevoelens. De verbondenheid tussen hen groeide. Ze gaf Pieter de ruimte zichzelf te zijn, al bleef dat altijd in het geheim. Af en toe nam ze Isa mee voor een paar dagen weg, om haar man de tijd te geven in ‘zijn eigen kleren’ rond te lopen.
In het verhaal van de vader vertelde Maria het nu allemaal aan Isa. Zonder iets achter te houden. Ze had Pieter gerespecteerd om wie hij was, en ze respecteerde hem ook om wie hij wilde zijn. Steeds vaker zag Maria haar man als vrouw. Ze had gemerkt dat het hem goed deed. De dagen na daarna was hij altijd minder knorrig. Als haar dochter een avond weg was, bereidde ze zich er inmiddels al op voor dat ze zijn hakjes al snel op de houten vloer zou horen tikken. Zijn gezicht was opener en zachter als hij zich getransformeerd had, vond ze. Ze hield nog evenveel van hem als voordat ze zijn geheim kende. Misschien zelfs wel meer. Hij was haar daar dankbaar voor. Het was altijd zijn grote angst geweest haar te verliezen als ze achter zijn geheim zou komen.

‘Hij wilde graag dat jij het ook zou weten, Isa. Voor zijn vrienden en omgeving wilde hij het nog steeds verborgen houden, maar voor jou wilde hij geen geheimen hebben. Hij wist alleen niet hoe je zou reageren. Hij was zo bang dat je hem af zou wijzen. Vertel eens, lieverd, wat vind je ervan nu je het weet?’

De vader zat nog steeds naar Laura te staren. Laura staarde terug.
‘Wat vind je?’ vroeg hij.
‘Ik ben benieuwd hoe het afloopt, hoe Isa reageert,’ zei Laura eerlijk.
‘Daar worstel ik nog mee.’ Laura grinnikte om zijn woordkeuze. ‘Ik hoopte dat jij me daarmee zou kunnen helpen.’
Laura overwoog haar woorden goed voordat ze de vader haar mening gaf. De vader schoof met zijn billen heen en weer op zijn stoel. Hij bleef haar aankijken, één wenkbrauw iets opgetrokken, de frons dieper dan hij ooit geweest was.
‘Ik denk dat Isa reageert zoals ik dat zou doen,’ zei Laura uiteindelijk. De wenkbrauw van de vader ging nog iets verder omhoog.
‘Pap, je mag zijn wie je wilt zijn. Je bent goed zoals je bent. En als je denkt dat ik je hierom af zou wijzen, dan ken je mij slechter dan ik dacht.’
Met de rug van zijn hand veegde de vader een traan onder zijn ogen vandaan. Een zwarte veeg bleef achter.
‘Dat van die Pentium had mama zeker bedacht?’ De vader glimlachte en knikte naar zijn dochter.
‘Je was toch niet van plan eruit te stappen, hè?’ De vader sloeg zijn ogen neer.
‘Pap! Laat me je iets vertellen. Je verhaal is inderdaad slecht. Het is niet spannend, want transgenderschap is nu eenmaal niet spannend. Het is net zo normaal als homoseksualiteit en helemaal van deze tijd. Ik vind het eigenlijk wel cool. Je kunt het wel spannend maken, maar dan moet je het hebben van de manier waarop je het beschrijft. De spanning van de betrokkenen kan het verhaal maken, niet het gegeven alleen.’
De vader schoof de laptop weer naar zich toe en keek naar het scherm. Hij zuchtte diep. ‘Zal ik het maar gewoon deleten?’ vroeg hij.
‘Wat je zelf wilt, pap.’ Laura stond op, liep om de tafel heen en sloeg haar armen om de vader heen. ‘Ik ga naar boven. Even gamen met Sven. Wist je dat hij vroeger Samantha heette? Oh ja, en kijk straks even in de spiegel, ik geloof dat je je mascara gisteren niet helemaal goed hebt verwijderd. Doei!’

De vader wreef met zijn vingers langs zijn ogen, voordat hij zich op zijn stoel achterover liet vallen. ‘Doei, lieve dochter van me’, zei hij zachtjes terwijl de deur naar de gang dicht viel.

AAN HET EINDE VAN DE TUNNEL

Haar lichaam verstrakt en haar oogleden trillen. Nienke rijdt stapvoets door de Mont-Blanctunnel en het begint nu echt warm te worden in de auto. Pas op het allerlaatste moment had ze besloten de tunnel te nemen, niet de pas. Lars sliep. Als hij wakker wordt, zijn we al lang in Italië, zonder dat hij ook maar iets gemerkt heeft, had ze gedacht. Nu is Lars toch wakker geworden, met de nodige paniek als gevolg. Hij zucht en het zweet parelt op zijn voorhoofd. Vergeefs draait hij aan de ventilatieknop.
‘Die airco doet het niet, dat was al zo voordat je naar dromenland vertrok.’
‘We hadden die auto na moeten laten kijken.’ Lars is nauwelijks te verstaan.
‘We hadden ook niet op zaterdag moeten vertrekken,’ antwoordt Nienke terwijl ze hard op de rem trapt. Lars’ hoofd schiet met een knal tegen het dashboard aan. Ze staan nu echt stil, midden in de tunnel. Uitlaatgassen dringen de auto binnen.
‘Lars, draai dat raam weer dicht! Die stank komt juist van buiten. Denk even na.’
Automobilisten beginnen te toeteren. De auto achter hen trekt op en metaal schuurt tegen metaal. Lars, opnieuw gelanceerd, houdt de hendel naar haar op. Afgebroken. Het raam staat nog open.
Het rammen gaat door. Ze raken de vrachtwagen voor hen, de linker koplamp begeeft het. Nog even en ze schieten onder de oplegger.
‘Is hier geen nooduitgang of zo? Ik vind dit eng, Nienke.’
Het enige wat Nienke ziet is een SOS-paaltje en mensen die tussen de twee rijbanen door lopen, hoestend en met gebogen hoofden. Geen uitgang. Eén man loopt opvallend rechtop. Apart, denkt Nienke, hij draagt een gasmasker.
‘Shit, Lars. Die vent daar, het lijkt wel of hij een bomgordel heeft!’
De knal die volgt is oorverdovend. Instinctief duiken ze in elkaar. Ze kunnen geen kant op. Voor hen breidt een vlammenzee zich uit, achter hen staan verlaten auto’s. Hun eigenaren rennen alle kanten op, of laten zich weerloos op de grond vallen.
De tweede knal is nog harder dan de eerste. In de achteruitkijkspiegel ziet Nienke een touringcar in vlammen opgaan. Hun vakantiebestemming ligt nu echt lichtjaren ver van hen vandaan, beseft Nienke. De stank neemt wel af, tot een aangename geurloosheid. En aan het einde van de tunnel openbaart zich een stralend licht. Raar, het verkeer is niet op gang gekomen. Het maakt niet uit. Het licht is prachtig, en zo welkom.

PUUR

Eén hapje. Een miezerig klein hapje, meer had haar vriendin Eefje niet gegeten van de chocola die Lilith met zoveel zorg had bereid. ‘Deze chocola is echt goddelijk,’ had Eefje nog gezegd. Daarna zeeg ze ineen en staarde ze in het niets, met een gelukzalige glimlach op haar gezicht. Een hartstilstand, was de diagnose van de arts die was verschenen nadat duidelijk was dat de ambulancebroeders niets meer voor Eefje konden betekenen. Natuurlijke dood.
De overgebleven chocolade legde Lilith in de keukenkast, helemaal bovenin, achter de zak met zoete appels. Hij was ongetwijfeld heerlijk. Haar oma wist overal wel chocola van te maken, maar deze pure variant was zonder meer haar chef-d’oeuvre. Het was niet eenvoudig geweest om de ingrediënten bij elkaar te krijgen, maar toen dat eenmaal gelukt was, had Lilith ze met uiterste precisie verwerkt. Exact volgens het recept.
In haar kleine woonkamer zat Max op de bank. Zijn ellebogen op zijn knieën, zijn hoofd gebogen op zijn handen. Hij was onmiddellijk naar Lilith toe gekomen. Totaal overstuur, natuurlijk. Begin dertig en nu al weduwnaar, dat was niet wat hij voor ogen had gehad toen hij met Eefje trouwde. ‘Voor jou is het ook vreselijk,’ zei hij, terwijl de uitvaartverzorgers zijn vrouw op een brancard uit Liliths woonkamer droegen. ‘Ze was je beste vriendin.’
Ze sloeg haar armen om hem heen. ‘Maak jij je om mij maar niet druk,’ fluisterde ze in zijn oor. ‘Ik red me wel. En jou sleep ik hier ook doorheen. Het is verschrikkelijk dat Eef er niet meer is, dat vinden we allemaal. Toch weet ik zeker dat wij opnieuw gelukkig kunnen worden.’
Het was moeilijk om Max zo te zien. Zijn verdriet sneed door haar ziel, net zoals zijn liefde voor haar beste vriendin dat ooit had gedaan. Het was moeilijk geweest bevriend te blijven, maar het was haar gelukt. En ook nu was ze er voor hem. In voor- en in tegenspoed, zo hoorde echte vriendschap te zijn.
In de dagen die volgden, hielp Lilith Max waar ze maar kon met het regelen van de uitvaart. In zijn keuken schreef ze adressen op de enveloppen van de rouwkaarten. Bij de brandende gashaard in zijn woonkamer selecteerden ze samen de muziek en de foto’s voor de afscheidsdienst. Ze luisterde naar de speech die hij aan het instuderen was en liet hem die van haar horen. Liefdevolle woorden, uiteraard. Over de doden niets dan goeds.
Op de dag voor de uitvaart aten ze bij haar thuis. Ze maakte haar populaire ovenschotel en deed haar best Max af te leiden van de gedachte aan het definitieve afscheid. Hij leek zich te ontspannen en liet het zich smaken. Terwijl zij daarna de tafel afruimde, zette Max een pot koffie.
‘Die chocola die jij in je kast hebt liggen, die is lekker!’ Max likte zijn lippen af.
‘Chocola? Hoeveel heb je daarvan gepakt?’ Met grote ogen keek ze hem aan.
‘Er is heus nog genoeg over voor jou.’ Hij knipoogde. Het is te laat, besefte ze. Ze snelde naar de keuken en trok met kracht de kastdeur open. Max stond achter haar in de deuropening en grinnikte. Met volle aandacht nam ze een hapje. De smaak was zo puur, goddelijk inderdaad!
‘Heb jij daar ook nog een geheime voorraad?’ hoorde ze Max vragen. ‘Ik had twee van die witte bonbons van Van Bragt gepakt. Die daar, op de onderste plank.’
Max ving haar op in zijn armen. Op haar gezicht verscheen een gelukzalige glimlach.

SAMEN UIT …

Hij staart vanaf zijn klapstoel naar de lavendelvelden onder zich. Toen vond hij het uitzicht adembenemend, nu wordt hij er verdrietig van. Tien jaar geleden is het. Op de dag af. Hij ziet nog steeds voor zich hoe Nova naar de tent komt rennen. Alleen, zonder haar. Met de rolriem bonkend achter hem aan. Bij de tent staat Nova voor hem, zijn staart in de lucht, blaffend om aandacht. Tom denkt dan nog dat Maartje zo wel zal komen. Ze is gewoon even naar het toilet en heeft de hond alvast naar de tent laten gaan, hoewel ze meer het type is van samen uit, samen thuis.
Maartje komt niet. Nova draait rondjes en loopt steeds een beetje van hem weg. Als Tom opstaat, begint de hond te rennen. Terug naar waar hij vandaan kwam. Tom roept hem bij zich en pakt de riem, waarna de hond hem met kracht van het pad af trekt, langs de lavendelvelden het bos in. Het duurt een kwartier voordat de hond stopt, maar op het moment dat hij dat doet, gebeurt het heel abrupt. Nova kijkt Tom vragend aan en jankt. Tom probeert te begrijpen wat de voetsporen op het zand betekenen, waarom er op deze plek bandensporen staan van een wagen die in allerijl opgetrokken lijkt te zijn, en vooral: waarom het dunne sjaaltje van zijn vrouw hier aan een tak van een struik hangt en uitdagend naar hem zwaait in de wind.
Na die dag heeft hij Maartje nooit meer teruggezien. Vorige week ontving hij een sms’je van een afgeschermd nummer. ‘Kom op de juiste datum en op de juiste tijd naar de plek waar je haar tien jaar geleden verloor,’ stond er. En hier is hij dan. Zijn tent staat op dezelfde plek als toen, aan de rand van de kleine camping. Het is nog dezelfde, onverwoestbare De Waard. Hij heeft zelfs nog hetzelfde campingtafeltje, het heeft de afgelopen tien jaar niets geleden. Nova is er niet meer, maar de nieuwe Toller heeft Tom natuurlijk wel meegenomen. Straks gaat hij hem uitlaten, exact om tien uur ’s avonds. Precies zoals zij toen deed.
Hij heeft geen idee wat hij kan verwachten, ook niet wat er van hem verwacht wordt. Tom kijkt naar het boek dat hij heeft meegenomen. Het ligt, net als toen, op de tafel. Maartje hoefde nog maar twee hoofdstukken te lezen, daarna zou hij erin beginnen. Hij weet nog dat hij toen dacht dat ze ervan zou balen dat ze het niet meer kon uitlezen, daarom heeft hij het nu weer meegenomen. Zelf is hij er nooit meer in begonnen. Tot nu. Het is een psychologische thriller en het verhaal leidt hem af van zijn zenuwen. Hij herkent zichzelf pijnlijk in de echtgenoot van het hoofdpersonage. Zijn bravoure, de avontuurtjes met andere vrouwen die in zijn ogen onschuldig leken, de manier waarop hij Maartje soms afblafte en kleineerde. Hij heeft al tien jaar niet meer naar een andere vrouw omgekeken, laat staan een vrouw aangeraakt. Zij was het beste wat hem ooit is overkomen.
Tom legt het boek weg. ‘Kom, Scotta,’ zegt hij, ‘het is tijd om te gaan.’ De hond springt meteen op en draait een paar rondjes voor hij netjes gaat zitten om zich aan te laten lijnen. Met lood in zijn Teva’s wandelt Tom de camping af. Wie of wat zal hij aantreffen? Het idee dat Maartje mogelijk nog leeft, durft hij niet toe te laten. Hij wil vooral weten wat er is gebeurd. De onzekerheid is het moeilijkst.
Scotta lijkt precies de weg te weten, hij is iets op het spoor. Al snel komt Tom in de buurt van de plek. Van veraf ziet hij een busje staan. Er staat een kerel bij. Scotta houdt zijn pas in en gromt. Tom overweegt om te draaien; die vent kan wel gewapend zijn. Dan verschijnt er van achter het busje een vrouw en begint Scotta opgewonden te blaffen.
‘Heb je het boek nog gelezen,’ roept ze met een stralende lach als hij dichterbij komt.
‘Ik ben net begonnen,’ wil Tom roepen, maar er komt geen geluid over zijn lippen.
‘Dit is Jean-Luc, een oude vriend van mijn vader. Ik heb hem toen gevraagd me hier op te halen. Sindsdien heb ik je gevolgd, Tommie. Via sociale media, en ook via vrienden in Nederland. Je hebt je leven gebeterd, begreep ik. Wat denk je, zullen we de vakantie afmaken en dan samen naar huis gaan?’ Samen thuis, denkt Tom. Het klinkt fantastisch.